De flora en fauna van de havens van
Rotterdam in het estuarium van Rijn en Maas.
Inleiding
Het
Rotterdamse Havengebied is gelegen in het restant van het eertijds omvangrijke
estuarium van Rijn en Maas, dat voor de afsluiting van de zeegaten in het
Deltagebied grote wateren als de Oosterschelde, de Grevelingen en het
Haringvliet omvatte. Heden ten dage omvat het estuarium
nog slechts de zoetwatergetijdenrivieren de
Lek, de Oude en de Nieuwe Maas, de Noord, het Spui, de Dordtsche Kil en de
Sliedrechtsche Biesbosch en de gegraven sterk gekanaliseerde getijdenrivieren
met een zoet-zoutgradiënt, de Nieuwe Waterweg en het Hartelkanaal, alle
behorende tot het Noordelijk
Deltabekken.
In vooral de afgelopen twee eeuwen is de omgeving er
sterk van karakter veranderd. Rond 1800 bestond het gebied uit uitgestrekte gorzen,
strandvlakten, kreken, ondiepe getijdenwateren en kale intergetijdengebieden
bestaande uit slikken en platen. De bodem was opgebouwd uit zachte substraten
zoals slik en zand of een mengsel daarvan. Door de gunstige ligging van
Rotterdam nabij de zee en een groot goed toegankelijk achterland groeide het
havengebied gestaag. Na de 2e Wereldoorlog zijn de ontwikkelingen explosief te
noemen. Omwille van de logistiek werden gaandeweg de zachte substraten vervangen
door harde beschermde oevers en havenkades, rivierlopen vastgelegd, kanalen
gegraven en vaargeulen verdiept (zie historisch
perspectief en www.portofrotterdam.com/abouttheport/NL/Overhaven/Geschiedenis/Index.asp).
Met de aanleg van de havens verdwenen de oorspronkelijk zacht substraat biotopen
vrijwel geheel en maakten plaats voor hardsubstraat biotopen met bijbehorende benthische
levensgemeenschappen.
Nu, 2005, strekt het havengebied zich uit vanaf
ongeveer de monding van de Hollandsche IJssel in de Nieuwe Maas tot aan de
monding van de Nieuwe Waterweg in de Noordzee (zie topografisch
overzicht van het havengebied). De lengte bedraagt ongeveer 40 km en de
gemiddelde breedte is zo’n 5 km. Het havengebied omvat 3500 ha water (exclusief
rivieren en kanalen) omzoomt door 77 km kades en 185 km glooiingen (exclusief
die van rivieren en kanalen).
Levensgemeenschappen in het havengebied.
Omtrent de levensgemeenschappen in het havengebied is
weinig bekend. Met de uitvoering van het Deltaplan zijn de effecten ervan op de
planten- en dierenwereld in het complete Deltagebied bestudeerd. Met
uitzondering van de wateren welke door het havengebied werden omsloten. De
belangrijkste reden was de toenmalige vervuiling van het water en de bodem. De
watersystemen werden in de zeventiger jaren van de vorige eeuw als biologisch
dood beschouwt. Na de Sandoz ramp in 1986 in Duitsland, die leidde tot massale
vissterfte op de Rijn, werd het RAP (Rijn-Actie-Programma) geformuleerde en door
de rijnstaten geadopteerd. De implementatie van dit programma heeft geleid tot
een aanzienlijke verbetering van de water- en sedimentkwaliteit en het
ecologisch herstel van de Rijn en het Rijnmondingsgebied. Dit is echter nog
steeds geen reden geweest om het gebied binnen de landelijke programma’s goed
te monitoren, terwijl het de enige open verbinding tussen de zee en de
stroomgebieden van Rijn en Maas betreft. Daarnaast vindt men alleen hier voor
beide rivieren nog een ongestoorde zoet-zoutgradiënt.
Wanneer men nu door de haven trekt dan vallen vooral
in de zoutere delen de harde oevers op met hun bijbehorende
hardsubstraatlevensgemeenschappen. In het intergetijdengebied kan de
bedekkingsgraad van Blaaswier wel 100% bedragen en bij de zeepokken is vaak
hetzelfde het geval. In totaal zijn er tot nu toe 20 soorten wieren en zo’n
160 macrofaunasoorten in het litoraal
aangetroffen.
Meer naar het oosten neemt het zoutgehalte af en dit
weerspiegelt zich duidelijk in het aantal soorten dat men aantreft. In het zwak
brakke deel (voor zover je daar van kan spreken gezien de grote dagelijkse
schommelingen in de saliniteit) worden
maar weinig soorten op en in de substraten gevonden en dit vindt zijn oorsprong
in het feit dat maar weinig organismen zich onder de daar heersende abiotiek
kunnen handhaven.
Onderzoek van Radboud Universiteit in het
havengebied.
In samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam NV ontwikkelt de universiteit een maatlat voor het functioneren van het Rotterdamse Havengebied als estuarien aquatisch ecosysteem. Naast een uitgebreid literatuuronderzoek, dat zich richt op het ontwikkelen en testen van ecologische indicatoren voor estuaria en havensystemen, wordt er ook in de havens uitgebreid onderzoek verricht. De looptijd zal ongeveer 2,5 jaar bedragen.
Het onderzoek omvat een drietal onderwerpen:
1. kreeftachtigen als indicatoren voor de ecologische kwaliteit van het Rotterdamse Havengebied
Het onderzoek spitst zich toe op het voorkomen in ruimte en tijd van kreeftachtigen in het Rotterdamse Havengebied. Hiervoor worden verschillende bemonsteringsmethoden toegepast.
2.
successie van
aangroeigemeenschappen (fouling) op vrijhangende
ondergedompelde substraten in de havens van
het Rotterdamse havengebied
3.
successie van levensgemeenschappen in kunstmatige
getijdenpoelen
in het Rotterdamse Havengebied
Stagemogelijkheden
voor studenten
In september 2004 zijn de studenten Saskia Meuffels, Cindy van Orsouw en Bas Budel begonnen aan hun stage in het Rotterdamse Havengebied. Hun onderzoek richt zich op de kreeftachtigen. Daarnaast kijken ze naar de begroeiing van de verschillende substraten in het intergetijdengebied en de inname van vis door koelwaterinstallaties.
Er voor meerdere studenten stagemogelijkheden in het havengebied. Het betreft bovenstaand onderzoek en onderzoek dat daar mee samenhangt. Voor informatie hierover kan contact worden opgenomen met:
Gerard van der Velde gerardv@sci.kun.nl 024 365 26 21
Peter Paalvast peter.paalvast@ecoconsult.demon.nl 010 434 26 22